Arcering metselwerk: betekenis, toepassing en de juiste symbolen

Bij arcering van metselwerk geef je in een technische tekening aan uit welk materiaal een constructie is opgebouwd. De arcering voor metselwerk bestaat uit een karakteristiek patroon van afwisselende horizontale en verticale lijnen of een baksteenpatroon dat direct herkenbaar is als gemetseld materiaal. Welk arceringssymbool je precies gebruikt, hangt af van het type metselwerk: gewone baksteen, kalkzandsteen, betonsteen of een ander metselwerkmateriaal.

Wat is arcering metselwerk en waarvoor dient het?

In bouwtekeningen en constructietekeningen dienen arceerpatronen om materialen van elkaar te onderscheiden. Zonder arcering zie je in een doorsnede niet wat massief is en van welk materiaal dat is. Arcering metselwerk maakt dus direct duidelijk waar een gemetselde wand, een fundering of een kolom zit, en om welk type steen het gaat. Dit voorkomt verwarring op de bouwplaats en in de communicatie tussen ontwerper, constructeur en aannemer.

In Nederland worden deze arceringen vastgelegd volgens NEN-normen voor technisch tekenen. De normen schrijven per materiaal een standaardpatroon voor, zodat iedereen in de bouw hetzelfde symbool op dezelfde manier interpreteert.

Arceringpatronen voor de verschillende soorten metselwerk

Niet alle metselwerk is hetzelfde, en dat zie je terug in de arceerpatronen. Hieronder een overzicht van de meest gebruikte varianten:

  • Metselwerk baksteen (gewoon): het klassieke patroon met een baksteenverband, getekend als langwerpige rechthoeken in halfsteensverband. Dit is het meest voorkomende arceringpatroon voor gemetselde gevels en binnenmuren van keramische baksteen.
  • Metselwerk overige: dit patroon gebruik je voor andere metselwerksoorten zoals kalkzandsteen en betonsteen. Het symbool wijkt af van het klassieke baksteenpatroon, zodat het onderscheid direct zichtbaar is.
  • Kalkzandsteen: valt onder “metselwerk overige” en krijgt een eigen, herkenbaar arceringpatroon dat aangeeft dat het weliswaar metselwerk is, maar niet van keramische baksteen.
  • Betonsteen: ook een onderdeel van de categorie metselwerk overige, maar kan afhankelijk van de context ook dichter bij de betonarcering liggen. In tekeningen wordt dit nauwkeurig onderscheiden.

Naast deze twee hoofdcategorieën bestaat er ook arcering voor beton zelf (beton 1 en beton 2), die je niet mag verwarren met metselwerkarcering. Beton is gestort of geprefabriceerd en heeft een ander patroon, doorgaans schuin gearceerd of met een specifiek stippenpatroon.

Hoe gebruik je de arcering correct in een tekening?

De arcering breng je aan in de doorsnede van een element, dus op de plek waar het materiaal is “doorgesneden”. In een plattegrond van een gemetselde wand zie je de arcering in de wanddikte. In een gevelcoupedetail zie je de arcering in de doorsnedevlakken van de bakstenen lagen.

Een paar praktische regels bij het arceren van metselwerk:

  • Gebruik altijd het standaardpatroon voor het materiaal. Verzin geen eigen patroon, want dat leidt tot verwarring.
  • Laat de arceringlijnen niet doorlopen buiten het begrensd vlak. De arcering stopt precies op de contourlijn van het element.
  • Bij kleine doorsneden, zoals een halve steen dik (circa 100 mm), kun je de arcering vereenvoudigen of zelfs weglaten en in plaats daarvan de wand volledig inkleuren (zwart of grijs). Dit is toegestaan volgens de gangbare tekennormen.
  • Voeg altijd een legenda toe aan je tekening als je meerdere arceringtypen gebruikt. Zo is voor elke lezer meteen duidelijk welk patroon welk materiaal vertegenwoordigt.

Verschil tussen metselwerk baksteen en metselwerk overige in tekeningen

Het onderscheid tussen gewoon metselwerk en “metselwerk overige” is in de praktijk belangrijk, zeker bij renovatie- of detailtekeningen. Kalkzandsteen heeft andere eigenschappen dan keramische baksteen, en een constructeur of aannemer moet dat in één oogopslag kunnen zien. Gebruik je het verkeerde arceringpatroon, dan kan er onbedoeld het idee ontstaan dat een kalkzandstenen binnenwand van baksteen is, met mogelijke gevolgen voor berekeningen, ankers of afwerkingen.

In digitale tekenprogramma’s zoals AutoCAD of Revit zijn de arceringpatronen voor metselwerk standaard aanwezig als “hatch”-patronen. In AutoCAD zoek je naar patronen als “BRICK” voor het baksteenverband of pas je een patroon aan op basis van de NEN-norm. In Revit kun je per materiaal de bijbehorende arcering instellen in de materiaalbibliotheek.

Arcering metselwerk in relatie tot andere materiaalarceringen

In een doorsnede van een gebouw komen vaak meerdere materialen naast elkaar voor: beton, metselwerk, isolatie, hout en staal. Elke materiaalcategorie heeft een eigen arceringpatroon. Metselwerkarcering onderscheidt zich van betonarcering (schuin gestreept) en isolatiearcering (zigzag of kruisarcering). Het baksteenpatroon is vrijwel altijd herkenbaar aan de horizontale voegen met versprongen stootvoegen, wat het rechtstreeks verwijst naar het fysieke baksteenverband.

Goed gearceerde tekeningen zijn niet alleen een technische verplichting, maar ook een communicatiemiddel. Zorg dat je arcering metselwerk consistent doorvoert in alle doorsneden en details van hetzelfde project, zodat tekeningen onderling kloppen en de uitvoering op de bouwplaats soepel verloopt.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *