Een fundering maken begint met graven, bekisten, wapenen en betonnen, in die volgorde. Of het nu gaat om een aanbouw, een schuur of een tuinmuur: de aanpak is elke keer vergelijkbaar. Het verschil zit in de afmetingen, de grondsoort en de belasting die de fundering moet dragen. Doe je het goed, dan staat er tientallen jaren niets te verzakken. Doe je het te haastig, dan betaal je de rekening alsnog.
Wat je moet weten vóór je begint
Voordat je de eerste schop in de grond steekt, moet je weten hoe diep de vorstvaste zone zit. In Nederland ligt die op minimaal 80 centimeter onder het maaiveld. Graaf je minder diep, dan kan de grond bij vorst uitzetten en je fundering scheef duwen. Bij lichte constructies zoals een tuinhuis of pergola wordt soms volstaan met 60 centimeter, maar voor een aanbouw of uitbouw aan een bestaande woning ga je altijd naar minimaal 80 centimeter, liefst 90.
Controleer ook wat de draagkracht van de grond is. Op klei- of veengrond is de draagkracht lager dan op zand of gravel. Op zwakke grond kan een bredere funderingsstrook of zelfs een fundering op palen nodig zijn. Twijfel je hierover, raadpleeg dan een bouwkundige of constructeur. De kosten van dat advies vallen in het niet bij de kosten van een fout.
Vraag tot slot na of je een vergunning nodig hebt. Een eenvoudig bijgebouw valt soms onder vergunningsvrij bouwen, maar een aanbouw aan een woning vrijwel nooit. Controleer dit bij jouw gemeente.
Materialen en gereedschap
Voor het maken van een betonnen strookfundering heb je het volgende nodig:
- Beton (zelf mengen of kant-en-klaar laten leveren via een betoncentrale)
- Betonstaal of wapeningsnet (diameter 8 tot 12 mm is gangbaar)
- Bekistingsplanken of steigerhout
- Waterpasinstrument of laserwaterpas
- Krammat of bindijzer om wapening samen te binden
- Trilnaald (te huur) om het beton te verdichten
- Kruiwagen, schop en een betonmixer bij kleinere hoeveelheden
Voor grotere oppervlakten is het verstandig beton te laten storten. Een kuub beton gemengd met de hand kost veel tijd en de samenstelling is moeilijker te beheersen. Betoncentales leveren beton in elke mengverhouding; geef de sterkteklasse op die past bij jouw constructie. Voor een standaard aanbouwfundering is C20/25 een gebruikelijke keuze.
Fundering maken: de stap-voor-stap aanpak
Stap 1: uitzetten. Markeer de contouren van de fundering met piketten en een touw. Gebruik een winkelhaak of de 3-4-5-methode om rechte hoeken te maken. Meet daarna dubbel, want een scheef uitgezette fundering geeft later veel problemen.
Stap 2: graven. Graaf de sleuf tot de juiste diepte, minimaal 80 centimeter, en maak de bodem vlak en vast. De breedte van de sleuf hangt af van de wanddikte en het gewicht van de constructie. Voor een aanbouw met spouwmuur reken je gemiddeld op een funderingsbreedte van 40 tot 60 centimeter.
Stap 3: zandbed aanbrengen. Stort een laag gewassen zand of gravel van 10 tot 15 centimeter op de bodem van de sleuf. Verdicht dit en maak het waterpas. Dit zandbed zorgt voor een egale ondergrond en betere waterafvoer.
Stap 4: bekisting plaatsen. Zet de bekistingsplanken rechtop in de sleuf en veranker ze met piketten. Controleer met het waterpasinstrument of de bovenkant van de bekisting egaal ligt. De bovenkant van de bekisting bepaalt straks het niveau van je fundering.
Stap 5: wapening aanbrengen. Leg het betonstaal of het wapeningsnet in de bekisting. Het staal mag de betonbodem of de bekistingswanden niet raken: gebruik betonafstandhouders van 3 tot 4 centimeter om het staal in het midden van het beton te houden. Zo ontstaat een beschermende betonlaag rondom het staal die roest voorkomt.
Stap 6: beton storten. Giet het beton in de bekisting en verdicht het direct met een trilnaald of door het beton herhaaldelijk in te steken met een staaf. Verdichten verwijdert luchtbellen en zorgt voor een sterker eindresultaat. Strijk de bovenkant glad en gelijk met de rand van de bekisting.
Stap 7: uitharden. Dek het beton af met folie of jute om uitdrogen te vertragen. Beton hardt chemisch uit en heeft vocht nodig. Bij warm weer is natspuiten de eerste paar dagen aan te raden. Na 28 dagen heeft beton zijn volledige sterkte bereikt, maar na 3 tot 7 dagen is het al stevig genoeg om voorzichtig op verder te bouwen.
Veelgemaakte fouten bij het maken van een fundering
De meest voorkomende fout is te ondiep graven. Veel doe-het-zelvers stoppen op 50 of 60 centimeter omdat het grondwerk zwaar is, maar dat is in Nederland onvoldoende voor een permanente constructie. Een andere valkuil is beton storten op ongeroerde, losse grond zonder zandbed. De fundering zakt dan ongelijkmatig.
Wapening weglaten is een derde veelgemaakte fout. Ongewapend beton is sterk onder druk, maar breekt bij trekspanning. Als de ondergrond licht beweegt, scheurt een ongewapende fundering eerder dan een gewapende. Bespaar hier niet op.
Tot slot: te snel doorwerken. Bekisting te vroeg verwijderen of er al na een dag zwaar materiaal op stapelen geeft een grotere kans op scheuren. Gun het beton de tijd die het nodig heeft.
Fundering voor een aanbouw: extra aandachtspunten
Maak je een fundering voor een aanbouw aan een bestaande woning, dan moet de nieuwe fundering aansluiten op de bestaande. Controleer op welk niveau de bestaande fundering zit en zorg dat de nieuwe fundering minstens even diep gaat. Verbind de twee funderingen niet star met elkaar als de grondsoort verschilt: bij ongelijke zettingen kan dat scheuren in de muur veroorzaken. Een dilatatievoeg (kleine opening) tussen oud en nieuw is dan verstandig.
Vergeet ook het leidingwerk niet. Riolering, waterleiding en elektra moeten door de fundering heen of erlangs lopen. Plan de doorvoeren vóórdat het beton gestort wordt. Achteraf boren is mogelijk, maar verzwakt de fundering en kost extra tijd.
Een fundering zelf maken is goed te doen voor iemand die handig is en de stappen serieus neemt. Het is zwaar grondwerk en vergt nauwkeurigheid, maar het is geen hogere wiskunde. Maak je twijfels over de grondgesteldheid of de draagkracht, laat dan een bouwkundige meekijken. De fundering is het onderdeel van een gebouw dat je nooit meer ziet, maar waarop alles rust.





