Voor standaard metselwerk met waalformaat stenen (210x100x50 mm) en een voegdikte van 12 mm heb je ongeveer 35 tot 45 kg voegmortel per m2 nodig. Dat klinkt simpel, maar het exacte verbruik hangt sterk af van het steenformaat, de voegdikte en het type mortel dat je gebruikt.
Verbruik voegmortel per m2 per steenformaat
Verschillende steenformaten hebben verschillende voegoppervlakken, en dat maakt een groot verschil in hoeveel mortel je verbruikt. Hoe kleiner de steen, hoe meer voegen er per m2 zijn en hoe meer mortel je nodig hebt. De tabel hieronder geeft een praktisch overzicht voor doorstrijkmortel bij een standaard voegdikte van 12 mm:
| Steenformaat | Voegdikte | Aantal stenen per m2 | Verbruik mortel per m2 |
|---|---|---|---|
| Dikformaat (210x100x65 mm) | 12 mm | ca. 59 stuks | ca. 47 kg |
| Waalformaat (210x100x50 mm) | 12 mm | ca. 73 stuks | ca. 40 kg |
| Vechtformaat (210x100x40 mm) | 12 mm | ca. 87 stuks | ca. 63 kg |
Het vechtformaat vraagt dus duidelijk het meeste mortel, terwijl het dikformaat er tussenin zit. Let op: deze cijfers gelden voor doorstrijkmortel. Bij andere morteltypes kunnen de getallen iets afwijken.
Wat beïnvloedt het verbruik van voegmortel per m2?
De voegdikte is de grootste variabele. De bovenstaande cijfers gaan uit van 12 mm, wat een gangbare dikte is. Gebruik je dunnere voegen van 8 of 10 mm, dan daalt het verbruik merkbaar. Bij dikkere voegen van 15 mm of meer stijgt het navenant.
Ook het type voeg speelt mee. Bij uitgestreken voegen (vlak met het steenoppervlak) gebruik je minder mortel dan bij geprofileerde voegen waarbij je extra materiaal inbrengt. Diepere voegen, zoals speklagen of siervoegen, vragen juist meer.
Verder telt ook het verval mee. Werkt een metselaar met veel mortelresten of mortel die uit de voeg druipt en wegvalt, dan loopt het verbruik in de praktijk sneller op dan de theoretische berekening aangeeft. Reken gerust een verliespercentage van 5 tot 10 procent bovenop de berekende hoeveelheid.
Praktisch rekenen: zo bereken je je totale behoefte
De berekening is rechttoe rechtaan. Meet het totale te voegen oppervlak in m2, sla de waste erbij op en vermenigvuldig met het verbruik per m2 dat past bij jouw steenformaat.
Een voorbeeld: je hebt een muur van 25 m2 met dikformaat stenen en een voegdikte van 12 mm.
- Verbruik: ca. 47 kg per m2
- Totaal: 25 x 47 = 1.175 kg
- Plus 10% verlies: 1.175 x 1,10 = ca. 1.293 kg
- Dat zijn ruim 25 zakken van 50 kg
Houd er rekening mee dat mortel in zakken van 25 kg of 50 kg wordt verkocht. Koop liever een zak te veel dan een zak te weinig, want kleurverschillen tussen batches kunnen opvallen in het eindresultaat.
Droge of natte voegmortel: maakt het uit voor het verbruik?
Droge voegmortel (in zakken, zelf aanmengen met water) heeft hetzelfde gewichtsverbruik als hierboven beschreven. Natte of voorgemengde voegmortel wordt soms in emmers of per liter verkocht. De omrekening is dan globaal: 1 liter natte mortel weegt ongeveer 1,6 tot 1,8 kg. Controleer altijd de deklaag die de fabrikant op de verpakking aangeeft, want die kan per product flink verschillen.
Bereken je benodigde hoeveelheid voegmortel altijd op basis van je concrete steenformaat en de gewenste voegdikte. Met de getallen uit de tabel hierboven en een kleine buffer voor verlies kom je in de praktijk goed uit en voorkom je een extra bestelronde halverwege het werk.





