De fundering van een vlonder maken begint met het kiezen van de juiste ondersteuningspunten en het waterpas stellen van de draagbalken. Doe je dit goed, dan staat je vlonder tientallen jaren stevig. Doe je het fout, dan zakt een hoek weg of gaat het hout snel rotten. Hieronder lees je precies hoe je dit aanpakt.
Welke fundering past bij een vlonder?
Er zijn drie veelgebruikte manieren om de fundering van een vlonder te maken. Welke je kiest, hangt af van de ondergrond en hoe zwaar de vlonder belast wordt.
- Betonpoeren: je graaft op elk steunpunt een gat van ongeveer 30 tot 40 cm diep en giet daar beton in. Bovenop het beton comes een instelbare stelvoet of een hardhouten blok. Dit is de meest stabiele oplossing en de beste keuze op zachte of kleiachtige grond.
- Betontegels of straatstenen: op stevige, goed afwaterende ondergrond kun je platte betontegels (minimaal 40×40 cm, bij voorkeur 50×50 cm) als steunpunt gebruiken. Leg ze op een laag verdicht zand van 5 tot 10 cm dik.
- Schroefpalen: stalen palen die je in de grond schroeft. Handig op plaatsen waar graven lastig is, zoals bij wortels. Je draait ze met een moersleutel of een sleutel op een boormachine de grond in tot de vorstvaste diepte.
Voor een gewone tuinvlonder van hardhout of composiet zijn betontegels op een zandbed voor de meeste tuinen voldoende. Gaat het om een grote vlonder, een dak of een terras op een verhoogd niveau, kies dan altijd voor betonpoeren.
Stap voor stap: fundering vlonder maken
Stap 1: Uitlijnen en markeren. Begin met het bepalen van de exacte positie van je vlonder. Span snoeien tussen ingegraven hoekpalen (haringen) en gebruik een winkelhaak om rechte hoeken te maken. De 3-4-5-methode werkt goed: meet 3 meter langs de ene zijde, 4 meter langs de andere, en de diagonaal moet dan precies 5 meter zijn. Anders staat je vlonder scheef.
Stap 2: Steunpunten bepalen. Vlonders rusten op draagbalken (ook wel liggers of raveelbomen genoemd) die haaks op de vlonderplanken lopen. Zet de steunpunten maximaal 80 tot 100 cm uit elkaar langs die draagbalken. Liggen de steunpunten verder uit elkaar, dan buigt het hout door onder gewicht. Aan de uiteinden van elke drager zet je een steunpunt, en tussenin op regelmatige afstanden.
Stap 3: Graven of zand egaliseren. Verwijder gras en losse grond op de steunpunten. Graaf bij betonpoeren een gat van minimaal 30 cm diep, breder dan de vorst in de Nederlandse grond doordringt. Giet beton en laat dit minimaal 24 uur uitharden voor je verder werkt.
Stap 4: Waterpas stellen. Dit is de meest kritische stap. Leg een lange lat of waterpaslat van het ene steunpunt naar het andere en gebruik een waterpas of een laser-waterpas om alle steunpunten gelijk te krijgen. Instelbare stelvoeten zijn hier handig bij: je draait ze iets hoger of lager tot alles waterpas staat. Een hoogteverschil van meer dan 2 mm per meter geeft straks een wiebelige vlonder.
Stap 5: Draagbalken plaatsen. Leg de draagbalken (bij hardhout minimaal 45×70 mm, bij zachthout 45×95 mm) op de steunpunten. Zorg dat het hout niet direct op beton of steen ligt: gebruik altijd een stelvoet, rubber pad of een beugel zodat lucht onder de balk circuleert. Direct contact met beton houdt vocht vast en versnelt rotting sterk.
Stap 6: Controleer en verbind. Schroef of vijzel de draagbalken vast aan de stelvoeten of beugels. Controleer nogmaals of alles waterpas en recht staat voor je verder gaat met de planken. Een klein foutje in de fundering vergroot zich als je omhoog bouwt.
Materialen voor de fundering: wat gebruik je het beste?
Voor de draagbalken en palen in de fundering kies je bij voorkeur hardhout, zoals azobé, bangkirai of cumaru. Dit hout is harder en rotbestendiger dan naaldhout en leent zich goed voor gebruik vlak bij of op de grond. Azobé staat bekend als een van de hardste en duurzaamste soorten voor buitengebruik.
Wil je geen hardhout gebruiken, dan is geïmpregneerd naaldhout een alternatief. Let erop dat dit hout gecertificeerd geïmpregneerd is (klasse 4, geschikt voor grondcontact) en niet zomaar gewone bouwmarkt-balken. Goedkoop, onbehandeld vurenhout in de grond gaat al binnen een paar jaar rotten.
Gebruik voor bevestigingen altijd roestvast stalen (RVS-316) schroeven en beugels. Gewone stalen schroeven roesten, laten vlekken achter en worden na een paar jaar zo zwak dat de verbinding het begeeft.
Veelgemaakte fouten bij de fundering van een vlonder
De meest gemaakte fout is het overslaan van het waterpasstellen. Mensen leggen de draagbalken neer, denken dat het “wel goed genoeg” is, en merken pas als de planken erop liggen dat één hoek een centimeter lager staat. Dan moet alles er weer af. Neem hier de tijd voor.
Een andere valkuil is te weinig steunpunten plaatsen. De verleiding bestaat om te besparen op beton of tegels, maar bij een te grote overspanning gaan de draagbalken doorbuigen en is je vlonder over een paar jaar al vervormd.
Tot slot: zorg altijd voor voldoende afwatering onder de vlonder. Als water niet weg kan, blijft het staan onder de fundering. Leg de bodem eventueel af met een laag split of grind in plaats van kale grond, zodat regenwater snel wegloopt en de bodem droog blijft.
Een goede fundering kost een middag werk, maar bepaalt voor alles hoe lang je vlonder meegaat. Doe het rustig en nauwkeurig, en de rest van het bouwproces verloopt vanzelf een stuk soepeler.





