Fundering garage: welk type past bij jouw situatie?

De fundering van een garage bepaalt hoe stabiel en duurzaam de constructie is. Voor de meeste garages kies je uit drie typen: een betonplaat (plaatvloer), een strookfundering of een puntfundering. Welk type het beste past, hangt af van de grootte van de garage, het gewicht van de constructie en de draagkracht van de bodem.

Betonplaat: de meest gebruikte fundering voor een garage

Een betonplaat, ook wel vloerplaat of plaatvloer genoemd, is de meest toegepaste fundering voor een garage. Je stort een volledige betonnen vloer over het gehele grondoppervlak van de garage. De vloer verdeelt het gewicht gelijkmatig over de bodem en fungeert tegelijkertijd als vloer van de garage. Dat scheelt een extra werkvloer.

Typische afmetingen voor een betonplaat zijn 10 tot 15 centimeter dikte voor een gewone personenauto. Sla je zwaardere voertuigen op of gebruik je de garage als werkplaats met zware apparatuur, dan is 15 tot 20 centimeter verstandiger. De plaat wordt bewapend met staalvlechtwerk of wapeningsnetten om scheuren door zetting te voorkomen. Onder de plaat leg je een laag verdicht zand of gravel van minimaal 10 centimeter als stabiele onderlaag.

Een betonplaat is geschikt voor vrijwel elke grondsoort als de bodem goed is verdicht. Op zachte of slappe grond (veen of klei) kan de plaat nog steeds zetten, waardoor scheuren ontstaan. In dat geval is extra grondverbetering of een dikkere, zwaarder bewapende plaat nodig.

Strookfundering: geschikt voor gemetselde of zware garages

Bij een strookfundering giet je betonnen stroken onder de dragende wanden van de garage. De vloer zelf is los van de fundering en kan later worden aangebracht. Dit type is de standaard bij gemetselde stenen garages, omdat het gewicht van de wanden direct via de stroken naar de bodem wordt afgevoerd.

De stroken zijn doorgaans 30 tot 60 centimeter breed en 20 tot 40 centimeter diep, afhankelijk van de grondgesteldheid en het gewicht van de constructie. Hoe slappe de grond, hoe breder en dieper de stroken moeten zijn. Op zandgrond met goede draagkracht volstaat een smallere strook; op klei of veen ga je breder.

Een nadeel van strookfundering is dat je apart een vloer moet aanleggen, wat de totale kosten verhoogt. Een voordeel is dat de fundering per wand aangelegd wordt, wat bij grotere projecten overzichtelijk werkt en goed aansluit bij een stap-voor-stap bouwproces.

Puntfundering: voor lichte houten of stalen garages

Een puntfundering bestaat uit losse betonnen of kunststof poeren (blokken) die op strategische punten in de grond worden geplaatst. Hierop rusten de staanders of liggers van de garage. Dit type is geschikt voor lichte houten garages of bouwpakketten van staal, en is de meest betaalbare en snelste oplossing.

Puntfunderingen zijn niet geschikt voor zwaar metselwerk of dichte betonconstructies. Het gewicht is ongelijk verdeeld over de grond, waardoor bij slappe bodem verzakking op één punt kan optreden. Op stevige, goed gedraineerde zandgrond werkt het prima voor een lichte houten schuurgarage.

Poeren worden minimaal vorstvrij ingegraven, wat in Nederland neerkomt op circa 80 centimeter diepte. Minder diep ingegraven puntfunderingen kunnen door vorst omhoogdrukken, wat de constructie scheef trekt.

Welk type fundering kies je?

Hieronder staat een overzicht als leidraad:

Type funderingGeschikt voorGrondsoort
BetonplaatStenen, houten en stalen garagesZand, leem (verdichte onderlaag)
StrookfunderingGemetselde stenen garagesZand, klei (breder bij slappe grond)
PuntfunderingLichte houten of stalen garagesStevige zandgrond

Aandachtspunten voor de fundering van je garage

Controleer altijd eerst de grondsoort op jouw perceel. In Nederland kom je regelmatig veen- of kleigrond tegen die minder draagkrachtig is. Een eenvoudige handmatige grondsondering of het opvragen van bodemgegevens bij het kadaster geeft al veel informatie. Bij twijfel laat je een korte inspectie doen door een bouwkundig adviseur.

Denk ook aan het hemelwaterplan rondom de fundering. Als water niet goed kan afwateren, sijpelt het onder de betonplaat of langs de strookfundering, wat op termijn zetting veroorzaakt. Een straatlaag die licht afloopt van de garage af, en eventueel een grindstrook langs de onderkant van de muren, helpt dit te voorkomen.

Vergeet de vorstvrije diepte niet. Bij een betonplaat die je op zand aanlegt, is het ophoogzand voldoende buffer. Bij strook- en puntfunderingen geldt de vuistregel van minimaal 80 centimeter diepte in Nederland om vorstschade te vermijden.

Tot slot: voor garages groter dan 50 m² of garages die worden aangebouwd aan de woning, is in de meeste gemeenten een omgevingsvergunning verplicht. De gemeente stelt daarin eisen aan de fundering. Check dit altijd van tevoren, zodat je fundering aan de officiële eisen voldoet en geen problemen krijgt bij een eventuele verkoop van de woning.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *